Eigenlijk ben ik best een perfectionist. Niet dat alles op de hele wereld helemaal perfect moet zijn, maar wel alles wat ik doe en wie ik ben. Ik wil aardig gevonden worden (wie niet?) maar ook niet over mezelf heen laten lopen (naast perfectionistisch ben ik ook lui aangelegd. Sorry). Het is dus wel eens schipperen tussen sociaal zijn en ‘voor mezelf opkomen’. Of, zoals dat in damesbladen heet: ‘nee zeggen’. Of, zoals dat in half Engels heet: ‘niet pleasen’.
Waar het op neerkomt is dat ik dus best een pietje precies ben als het om mijzelf gaat. Op school ook; ik doe mijn best in de les, let op (in sommige gevallen mag ik er wel bij zetten: ondanks alles) en probeer zo goed mogelijk mijn werk te doen. Aanvankelijk alleen op school want thuis heb ik andere dingen te doen (lees: hier komt mijn luiheid om de hoek kijken). Pas op het laatste moment maak ik mijn lessen, presentaties en vooral dossiers helemaal af. Maar dan wel weer helemaal goed. Blijkbaar werkt die tijdsdruk, al is het wel verschrikkelijk vervelend.
Dat perfectionisme gaat gepaard met faalangst. Dat levert een wonderlijke tegenstrijdigheid in mij op: perfectionisme + faalangst = dingen niet doen. Uitstellen. Dat lijkt op luiheid, maar ik moet toch echt zeggen dat dat wel erg kort door de bocht is. Ik weet van mezelf namelijk dondersgoed wat luiheid is en wat faalangst is. Sommige dingen doe ik niet of zo laat mogelijk, omdat ik bang ben dat ik faal. Ik faal liever omdat ik niets heb gedaan, dan dat ik faal ondanks mijn harde werken. Of leren, wat school betreft. Dan heb ik nog een excuus, namelijk dat ik niet genoeg mijn best heb gedaan. Het is veel enger als ik wel heel erg mijn best heb gedaan, want dat betekent dat ik iets niet kan. En dat betekent dus dat ik niet goed genoeg ben. En dus faal ik en dat is een aanslag op mijn perfectionisme. Ik wil niet perfect zijn, maar alles wat ik doe moet wel perfect zijn.
Dat is een paradox, ik weet het.
En ik weet ook dat ik niet de enige ben. Ik denk dat bij veel perfectionisten ook een flinke dosis faalangst te vinden is. Dat is slecht te verbergen, en ik denk ook dat dat een reden is waarom iemand gepest kan worden: ze zijn makkelijk te pakken. Ik vind het prettig om te denken dat ik mijn perfectionisme/faalangst aardig onder controle heb, maar dat is natuurlijk maar een illusie. Als ik het echt onder controle had, zou ik de discipline vinden om af te vallen, mijn huiswerk te maken, het huishouden met enige regelmaat te doen en de konijnenkooi twee keer per week schoon te maken in plaats van alleen op zondag.
Met bloggen ben ik precies zo: ik typ het zo goed mogelijk, maar ik lees het niet over. Vandaag heb ik een paar recente stukjes terug gelezen. Overal spel- en interpunctiefouten…
Zoiets bedoel ik dus.
Geen zielig jankverhaal over mijn puberteit, maar juist de positieve kanten van ‘er niet bij horen’. Ik werd niet gepest, maar hoorde ook nooit bij de groep. En ja, dat houdt in dat je vaker dan anderen slachtoffer bent van allerlei ‘leuke’ grapjes. Het betekent ook dat je een bepaalde strategie gaat ontwikkelen om niet teveel te missen – want als je wat mist, kun je niet mee lachen en dan ben je weer de sjaak.
Ik had hier al eens een stukje over geschreven, maar het nooit gepost. Nu is de tijd rijp om het te herschrijven en alsnog online te gooien ^___^ Dus nu alsnog een stukje over waarom ik geen vrienden heb.
Allereerst: het klinkt zielig. Misschien dat ik daarom ook zo lang gewacht heb om dit toch online te gooien. Ik ben namelijk niet zielig, maar als ik zeg dat ik geen vrienden heb, kijken mensen mij medelijdend aan. Nergens voor nodig, beste mensen! Dat ik geen vrienden heb, betekent namelijk niet dat ik geen contacten kan leggen! Ik heb een heleboel sociale contacten, alleen er zijn weinig mensen met wie ik de diepte in ga. Bij mij is het nooit ‘hé, jij draagt een spijkerbroek en ik ook, we hebben wat gemeen! Laten we nu beste vrienden worden en onze diepste geheimen en verlangens met elkaar delen’.
Ik vind het heus leuk om met mensen om te gaan, maar zo’n diepere vriendschap moet gewoon groeien. Er zijn in mijn leven genoeg mensen geweest met wie ik het één en ander heb kunnen delen, maar die zijn ook weer verdwenen. In veel gevallen was het ‘de schuld’ van ons allebei. Echter, het gebeurde ook vaak genoeg dat iemand gewoon niet van zich laat horen. Een ex-klasgenoot of ex-collega bijvoorbeeld… hoe vaak is het dan niet ‘uit het oog, uit het hart’.
Zo was er iemand met wie ik veel gedeeld heb. Een aantal jaar lang hebben we elkaar ook privé gezien. We kenden elkaars familie, wisten waar de ander woonde, hielden elkaar op de hoogte van de drama en de leuke dingen in ons leven, kortom ik had het gevoel dat ik echt een vriendin had. Totdat we elkaar opeens niet meer dagelijks zagen (ik ging weg). Maaaaaar we zouden contact houden!
In het begin was het wat minder. Dat had ook met mij te maken; ik moest me zien te vinden in een nieuwe situatie, een heel nieuw dagritme zien te ontwikkelen. Maar toen ik eenmaal gesetteld was in deze nieuwe, zij het tijdelijke, vorm van leven probeerde ik weer wat meer contact op te nemen. Mijn sms-jes werden laat gelezen en nog later kwam het antwoord pas. Ik ging nog eens met de groep mee uit, maar ik hoorde er niet meer bij. Het contact stagneerde toen eigenlijk al. Ik stuurde een lange mail, in de trant van hoe is het en wat doe je, met mij gaat het goed; ik wacht nog steeds op antwoord.Vervolgens kwam ik er achter dat ik geen vriendjes meer met haar was op facebook… zomaar eruit geflikkerd. Als we elkaar tegen komen is het niet meer ‘hoe gaat het’, maar alleen zakelijk. Als ze al wat zegt.
En zo gaat het vaker. Je bent goede vrienden, en op gegeven moment is de koek op. Er gebeurt iets, er verandert iets in iemands leven, en de vriendschap wordt opgegeven. Misschien is het ook voor een deel afgunst; mijn leven gaat door, dat van anderen staat vaak stil. Op een dag wordt het andersom, dan ben ik gesetteld en gaat iemand anders net iets nieuws doen, maar dat is geen reden om een vriendschap te beëindigen.
Dit is me iets te vaak gebeurd, dus vandaar dat het langer duurt voordat iemand mijn vertrouwen heeft. En het geeft ook niet dat ik (momenteel) vriendenloos ben. Uiteindelijk kom ik altijd thuis bij iemand die ik voor meer dan 100% vertrouw. Iemand van wie ik weet dat hij me nooit in de steek zal laten. Daarom ook kan ik me nooit verplaatsen in mensen die zeggen ‘vrienden zijn belangrijker dan je verkering’. Voor mij is het namelijk precies andersom…
In Barcelona sliepen Sjoukito en ik in een hostel. Daar hadden ze een groot krijtbord staan, waarop je een tekening of een boodschap achter kon laten. Daar had ik mijn URL op willen invullen. Eigenlijk wilde ik dat wel, maar op de laatste dag, en op de laatste dag vertrokken we zonder naar het bord te hebben gekeken. Iemand anders had het wel gedaan, ook een Nederlandse, maar daar stond niet zo veel interessants op, op die blog.
Dus.
Ik heb een e-mailadres. Met een inbox. Op yahoo.com. Vroeger opende ik el.ke. dag. mijn e-mail. Maar tegenwoordig laat ik dat eigenlijk een beetje versloffen. En waarom? Geen idee. Ik krijg elke dag e-mailtjes die ik eigenlijk ook dagelijks zou moeten lezen, maar het is gewoon helemaal uit mijn systeem gegaan. Eigenlijk sinds yahoo vernieuwd werd. Rond die tijd kreeg ik ook bakken met spam in mijn inbox, wat allemaal eigen schuld is maar toch…
Ik ben nog steeds bezig tags toe te voegen bij oude blogposts (duurt dat zo lang? Ja! Ik ben bijna nooit kort van stof en ik moet alles doorlezen om de juiste tags te kunnen plaatsen). Het leuke daarvan is, dat ik alles ook daadwerkelijk doorlees. Af en toe kom ik dan iets tegen waarvan ik niet snap dat ik er ooit zo over heb kunnen denken.
Momenteel ben ik bij 2009. Dat was het jaar van de Interrail-vakantie. In die periode hield ik (nog) niet van uitgaan, ik voelde me er niet bij op mijn gemak. In het stuk Zondag, rustdag schrijf ik bijvoorbeeld letterlijk:
Daarna heb ik gepoogd sociaal te doen door bij de groep te gaan zitten, maar het. werkte. niet. Ik voelde me zeer oncomfortabel in zo’n grote groep hippe mensen. Ten eerste waren het allemaal Amerikanen en Australiërs, een paar Canadezen en een paar Britten. Kortom, allemaal Engelstalig opgegroeid. Mensen die alle nuances van de taal kennen, lachen om woordgrapjes die ik niet begrijp, elkaars accent nadoen, noem maar op.
Daarmee zou ik nog wel kunnen leven, als ze niet zo… anders waren. Het zijn allemaal stuk voor stuk mensen die van uitgaan houden, elkaar sterke verhalen vertellen en drie flesjes bier in een uur kunnen drinken. En de flessen hier zijn een stuk groter dan in Nederland voor een fractie van de prijs.

Wat zegt ‘ie?